[Dossier] Ondernemen leer je op de schoolbanken
- jongeren |
- economie |
- stampmedia |
- Dossier
Initiatieven om het ondernemerschap in het secundair onderwijs te stimuleren, missen hun effect niet. Dat is een van de conclusies van de Effecto-studie, een onderzoek van het kenniscentrum van de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit Flanders DC.
Een van de oudste en populairste manieren om de zin voor ondernemen in het onderwijs te promoten, is de mini-onderneming. Leerlingen uit het vijfde en zesde jaar secundair onderwijs starten zo zelf een eigen zaak op. Tijdens het schooljaar 2008 – 2009 namen 5671 leerlingen deel aan het project van de Vlaamse Jonge Ondernemers (Vlajo).
Businessplan
Gedurende enkele uren per week houden de jongeren zich bezig met het beheer van hun eigen bedrijf. Van het brainstormen over een mogelijk product tot het op de markt brengen ervan, alles doen ze zelf.
“In de keuze van een product zijn de leerlingen volledig vrij. Eens ze die knoop doorgehakt hebben, ontwerpen ze een businessplan en verkopen ze aandelen om aan een startkapitaal te geraken. Het geld dat ze daarmee in handen krijgen, gaat naar de financiering van hun product. Dat moeten ze ook buiten de schoolmuren op de markt brengen”, verduidelijkt Ellen Willemen, regiomanager voor de provincie Antwerpen en coördinator voor het secundair onderwijs bij Vlajo. “De leerlingen krijgen op die manier de kans om alles wat ze op school leerden effectief in de praktijk toe te passen. Op het einde van het jaar sluiten zij hun bedrijf af en verdelen ze de winst onder de aandeelhouders.”
Administratie en communicatie
De recentste cijfers van Vlajo tonen aan dat in het schooljaar 2008 – 2009 in heel Vlaanderen leerlingen maar liefst 469 mini-ondernemingen oprichtten. Een getal dat de laatste jaren stelselmatig de hoogte in ging. In 2004 waren het er nog maar 355.
Ook afgelopen maand begon een nieuwe lading leerlingen uit de derde graad met hun eigen zaak. “Oorspronkelijk wilde onze groep zakken met snoep verkopen. Daar hebben we vorig schooljaar een marktonderzoek naar gevoerd en de uitkomst was zeer positief. Helaas druiste het in tegen de gezondheidspolitiek van de school. Als alternatief kozen we dan maar voor een bedrijf in fleecedekentjes”, vertelt Annouk (17), leerling in het laatste jaar Handel en boekhoudster van dienst in haar mini-onderneming.
De leerlingen zien al snel hoe het er in het echte bedrijfsleven aan toe gaat. Zo ervaren ze dat niet altijd alles van een leien dakje loopt. “Om de bestelling bij de leveranciers te kunnen betalen, moesten we eerst geld innen bij de aandeelhouders. We hadden net een rekening geopend en wilden de som meteen storten. Tot onze verbazing bleek dat er een weeklimiet zit op de betalingen die we mochten doen. Gelukkig konden we de leverancier nog net op tijd betalen.”
Het zijn niet alleen maar administratieve problemen waar de leerlingen mee te kampen hebben. Ellen Vansweevelt is leerkracht bedrijfseconomie en begeleidt al enkele jaren de mini-ondernemingen op haar school: “Ervaring leert me dat het steeds fout loopt bij het opmaken van de kas. Jaar na jaar stellen we vast dat de inkomende en uitgaande gelden niet helemaal kloppen. Meestal door onzorgvuldigheden van de leerlingen.”
De mini-onderneming is niet alleen een oefening in het bedrijfsbeheer, jongeren leren ook lang en intensief in groepsverband samen te werken. “Hoewel dat niet overal even vlot verloopt,” getuigt leerkracht Ellen, “de leerlingen moeten leren om duidelijke afspraken te maken en te communiceren met elkaar. Een vaardigheid die niet alleen in de bedrijfswereld nuttig is.”
Eigen baas?
Hoewel Annouk tijdens het project al erg veel bijleerde over het reilen en zeilen in de bedrijfswereld, heeft ze niet de intentie om later zelf een eigen zaak te beginnen. “Er komt te veel bij kijken en de kans dat er iets mis loopt, is groot”, vertelt ze.
Nochtans vinden ongeveer de helft van de jongeren het een aantrekkelijk idee om ooit een bedrijf op te starten. 30% denkt zelfs dat het haalbaar is. Dat zegt althans het Effecto-onderzoek van Flanders DC. Vooral leerlingen uit het Technisch- en Beroepsonderwijs, voornamelijk de doelgroep van het mini-ondernemingsproject, zouden maar wat graag het heft in eigen handen nemen.
Dat tijdens de financiële crisis vele jonge ondernemingen de boeken moesten dicht doen, schrikt de jongeren niet af. “Het veiligste is natuurlijk om ergens in dienst te gaan. In je eigen zaak ben je zelf je baas en heb je meer controle”, vindt Anke (18) uit het laatste jaar Restaurant en Keuken. “Je hoort de laatste tijd wel dat er heel wat zaken failliet gaan. Maar als je goed nadenkt over je idee en bezonnen met je geld omgaat, moet het wel lukken.”
© 2011 - StampMedia/Plantijn – Leen Goris, Ruben Van Den Heuvel, Sanne Van Gestel, Hanne Verstappen
-

- login of registreer om te reageren











